Het is de laatste week van april wanneer ik op weg ben naar het prachtige zuiden van Frankrijk voor alweer mijn 4e buitenlandsessie dit jaar. Ondanks veelvuldig observeren, verkassen en haast onmogelijke stekken te hebben bevist, liepen de vorige drie sessies uit op een regelrechte teleurstelling. Slechts een handjevol kleinere karpers had gedurende die sessies mijn net weten te vinden en ook deze sessie zou niet eenvoudig gaan worden. Slecht weer met veel regen en grote temperatuurwisselingen stonden die week op het menu en ook zouden op het beoogde water de regels zijn aangescherpt en behoorde het nachtvissen en het gebruik van boten plotseling tot het verleden. Tijdens de lange rit worden dan ook de nodige tactische plannen gesmeed waarbij diverse wateren de revue passeren. Bij zulke weersverwachtingen is het namelijk niet handig om op één paard te wedden.
Tekst en foto’s: Richard van den Broek

Het zou wederom geen gemakkelijke sessie worden.


Eenmaal aangekomen blijven de hengels in de auto en wordt er eerst een verkenningsronde gemaakt. We zijn blij te zien dat er geen andere vissers op het meer aanwezig zijn, echter zien we als het op de karpers aankomt, nog geen enkel teken van leven. Toch liggen rond 10:00 uur alle rigs op scherp, ergens op de vele aanwezige taluds en plateaus. Wanneer 8 uur later echter nog geen enkele beetmelder ook maar een schraal piepje heeft laten horen, begint het in onze hoofden al te malen. Zullen we hier wel blijven? Kunnen we niet beter naar het tweede water rijden? We besluiten het toch even af te wachten en het de volgende dag nog eens te proberen. Tegen de verwachtingen in loopt omstreeks 20:00 uur de hengel van Bram tegen de overkant af en glijdt er 10 minuten later een vis van 15 kilo het net in. Even maakt de twijfel plaats voor nieuwe energie, maar wanneer het de volgende dag wederom stil blijft, is van al die energie weinig meer over. Wanneer de zon overdag even flink zijn best doet, besluit ik mijn kans te grijpen en een verkenningsrondje te maken. Na wat intensief speurwerk door het bos, klauterend over steile wanden en in bomen, ontdek ik een paar vissen op een ondiepe plaat van amper een meter diep. Eenmaal terug op de stek wordt het besluit genomen een hengel op de plaat te leggen en de nacht onder onze plu en zeer onopvallend (‘low profile’ zoals wij dat graag noemen) door te vissen. Dat dit een goede keuze is blijkt als ik rond 2:00 uur een mooie spiegel van 18,5 kilo mag landen.

Mijn beloning na een nachtje ‘low profile’.


Een uur later gaat dezelfde hengel weer af en is het deze keer Bram die een opmerkelijk gebouwde spiegel van 20,5 kilo op de mat mag verwelkomen. Fluitend worden stekken van vers aas en nieuwe rigs voorzien. Tot de middag blijft het stil, maar dan gaat het los! Eerst de hengel op het ondiepe plateau, die mij een geweldig mooie schub bezorgt. Voordat we de vis kunnen bekijken, vertrekt de volgende hengel tegen de overkant. Snel grijpt Bram de hengel en besluit ik de dikke schub even in de recovery sling te hangen. De vis hangt nog maar net of ook de andere hengel tegen de overkant vertrekt! WAT GEBEURT HIER!? Met een gierende hengel in mijn hand en met het nodige kunst- en vliegwerk, weet ik de vis van Bram het schepnet in te krijgen en kan de strijd met mijn krachtige tegenstander worden voortgezet. Na zo’n 15 minuten heb ik ook deze onder mijn top draaien en kan Bram het net onder de vis schuiven. Resultaat: 2 vissen van boven de 20 kilo in slechts 20 minuten tijd!

Helemaal te gek!


Het duurt daarna tot de avond voor een nieuwe aanbeet zich voordoet en aangezien ik al meerdere zware vissen heb weten te vangen, is het nu de beurt aan Bram. De vis komt heel gestaag mee en weet zich meerdere malen op de bodem vast te leggen, hetgeen ons de nodige zweetdruppels bezorgt. Wanneer de vis zich bijna aan de kant bevindt en de voorslag al gedeeltelijk op de spoel zit, hebben we hem nog steeds niet gezien. Conclusie: dit is er weer één! Wanneer de vis zijn laatste rondjes onder de top lijkt te zwemmen, slaat echter plots het noodlot toe. Zonder een duidelijke aanleiding schiet de haak los. “Waarom juist deze vis?”, vragen we ons af. Met een wrang gevoel wordt de rig vervangen en uitgevaren. De daarop volgende dag levert ons een aantal vissen tussen de 10 en 15 kilo op, maar helaas geen bak. Dan weer een aanbeet, Bram hangt al in de hengel en voelt een log gewicht lijn van zijn spoel af trekken. Voorzichtig, maar toch stevig pompt Bram de vis onze richting op, in de hoop dat deze zich zo niet vastzwemt op de bodem achter en talud of in het wier. Deze tactiek werk blijkbaar, want 10 minuten later zijn wederom de laatste rondjes onder de hengeltop begonnen. Een aantal zenuwslopende minuten later is de vis in de knip en mag ik deze met de weegzak uit het water hijsen. En hijsen wordt het: 25,1 kilo!

Bram met zijn lang verwachte bak.


Dat slaat het zonnige weer om in regen en kou en zakt de temperatuur zo’n 10 graden. Dit is meteen te merken, want meer dan 48 uur blijft het stil. Pas twee dagen na de 50-er van Bram en na evenzoveel keer verkassen word ik op een vis met een hele rare kop getrakteerd. Alsof de verschijning van deze vis niet reden genoeg is om hem snel terug te zetten, loopt er op dat moment ook nog een andere hengel af. Na een stevige dril wordt het net onder een mooie spiegel van 18,8 kilo geschoven en is de hoop op een goede afloop weer hersteld! Ondanks het succes deze middag, besluiten we voor de laatste nacht toch nog een keer te verkassen. Op de andere zijde van het meer hebben we veel vis zien springen en het zou niet handig zijn om zo’n kans te laten lopen. Eerder die week had ik kort onder de kant tot twee keer toe een beste vis zien springen en bij onderzoek met de dieptemeter blijkt dit ook nog eens een interessante stek. Een geultje wat voor onze oever ongeveer 30 meter naar rechts loopt, eindigt in een wat dieper gat van een paar vierkante meter. Als kers op de taart bevindt de stek zich ook nog eens onder een grote, overhangende tak. Bram is niet helemaal zeker van deze stek en komt met genoeg argumenten om de hengel naar de overkant te varen. Eigenwijs als ik ben, besluit ik toch om de hengel te laten liggen. Mijn eigenwijsheid blijkt deze keer wijsheid, want diezelfde avond giert de beetverklikker het uit! Als een razende vlieg ik van m’n stoel en spring, glijd en vlieg ik naar de hengel die zich een aantal meters verderop bevindt. Ik maak contact en voel de lijn meteen ergens langs schuren. Bram pakt de boot erbij, blaast deze nog even goed op en gooit deze vervolgens voor me in het water. Waar zou ik zijn zonder zo’n vismaat? Net op dat moment komt de vis wonder boven wonder vrij. Langzaam zwemt de vis voor ons langs, om zich vervolgens weer vast te zwemen. Op dat moment geef ik klank aan mijn gevoelens en klinken kreten als “dit kan niet waar zijn!” en “alsjeblieft niet deze vis!” over de plas. Ik houd voorzichtig druk en besluit met mijn hengel zo ver mogelijk naar rechts te lopen om de lijn vrij te krijgen. De vis moet achter de steil oplopende kant hebben gelegen vermoed ik, want wederom gaat de vis zwemmen en komt de vis dichterbij. In het licht van de zaklamp zie ik de vis en meteen weet ik met welke vis ik van doen heb. Het is dezelfde ‘two tone’ die ik vorig jaar november nog heb mogen fotograferen in de handen van Joost, toen op 26 kilo. Met knikkende knieën dril ik de vis af. M’n hart klopt in m’n keel, alle bewegingen die ik doe worden drie keer doordacht alvorens ik ze uitvoer en met succes want enkele minuten later (het leken wel uren…) trekt Bram het net omhoog met de vis tussen de mazen! Weegzak nat maken, weegschaal op nul en de vis eraan: 25,6 kilo! Ook ik heb een vijftiger deze sessie! De vis wordt voor even in de recovery sling opgeborgen, zodat ik met het eerste licht een aantal foto’s kan maken. Die nacht doe ik geen oog dicht en kijk ik regelmatig of de vis nog veilig in de sling zit. Dezelfde gedachte spookt keer op keer door mijn hoofd: ‘Wat als ik die hengel had verlegd?’ Ik wil er niet aan denken en kies ervoor om maar gewoon te genieten van het moment, een echt onvergetelijk moment wel te verstaan!
Richard van den Broek

Wat als ik mijn hengel had verlegd?