In deel 1 van ‘Avontuur op de bergmeren’ heb je kunnen lezen over hoe Rinze en zijn vismaat Ronald van Bruggen na het zien van een karperfilmpje op een prachtig bergmeer ergens in de Franse Alpen uitkwamen. Eenmaal aangekomen zou het erom gaan spannen. ‘Werd het vangen of blanken?’ We gaan verder waar we gebleven waren!

Rinze Beverwijk beleefde een ongekende sessie aan de oevers van een Frans bergmeer en beschrijft zijn avontuur in en driedelig epistel.



Deel 2

Het enthousiasme van de aanwezige karpers zet ons aan tot het snel opbouwen van onze onderkomens. Wanneer de eerste koffie door de percolator borrelt, laat de eerste beetmelder al van zich horen. Hoppakee, hier hebben we op gewacht! Gespannen staan we met de eerste kromme hengel op de wiebelige boomstronken. We hebben te maken met een serieuze tegenstander die zich niet gewonnen lijkt te willen geven. Als dan eindelijk de vis in ons landingsnet wordt genavigeerd, is de vreugde opperbest. De druk is er af, een pak van ons hart. Ondanks dat het allemaal zo makkelijk lijkt, is het toch altijd de vraag of het uiteindelijk gaat lukken. “Als dit de trend is voor de hele week, dan teken ik er gelijk voor” hoor ik aan de voet van de waterkant, waar de vis zijn vrijheid weer tegemoet mag gaan. De nacht brengt ons nog een zeer fraaie spiegel die de gevoelige plaat gehaald heeft. Een eerste nacht met allebei vis, is een droomstart. Natuurlijk willen we nu meer… We zijn los en klaar om een week te slachten op de aangelegde voerstekken.

We starten de week met een prachtige two-tone schub van 15 kilo.



Droomstart

Na een korte tussenpauze op onze camping, waarbij we allebei een welverdiende douche genieten, zijn we in de vooravond alweer op weg naar het eerste watertje. De weekendvissers hebben plaats gemaakt voor wonderschone natuur en er lijkt geen teken van leven meer te zijn aan dit water. Geen vissers, geen recreanten en geen hangjongeren die roet in het eten zouden kunnen gooien. Als dan ook nog de eerste karper zijn aanwezigheid verraadt op onze voerstek, zijn we genoeg afgevuld met adrenaline. In looppas brengen we de spullen naar de stek en binnen een half uur ligt alles klaar om uitgevaren te worden. Alleen de boot moet nog even worden opgeblazen. Ronald besluit om alvast één hengeltje, vlak onder de eigen kant, in te werpen voorzien van een flinke PVA zak. Ik heb net de eerste tien pufjes lucht in de boot en de Delkim schreeuwt het al uit. We kijken elkaar vol ongeloof aan.. “WTF nu al??” Hoe gek kan het soms gaan? Nou, heel gek, dat blijkt wel weer. De vis ligt blijkbaar vol op ons voer. Een dril waarbij we alleen maar lachen volgt.

Een prachtige spiegel van 17,5 kg is ten prooi gevallen aan het bijzonder scherpe rigje van Ronald.



Ziekelijke bak!

Een bliksemstart van een bizar nachtje lijkt het te gaan worden. Wanneer de boot dan eindelijk de nodige lucht in zich heeft, kunnen we beginnen met het uitvaren van de zes rigjes die ongeduldig klaar liggen. De eerste rig heeft zijn plek gevonden tussen al het wiergeweld. De tweede hengel wordt aangereikt en vol overgave op de volgende plek gelegd. Wanneer ik terug roei, hoor ik achter mij een schreeuw uit de keel van Ronald: “Hanguhh”. Dit meen je niet… Wanneer ik achterom kijk, zie ik hem met mijn eerste hengel staan die ik even daarvoor had neergelegd. Als een malle vaar ik terug naar de oever om de hengel over te nemen. Een volgende vis wordt keurig ontvangen in het landingsnet. Na een fotomomentje, terugzetten en een flinke kop koffie, beginnen we weer opnieuw met het uitvaren. Dit keer lukt het ons om alle zes lijnen op positie te krijgen. We vissen run om run, dus Ronald is weer aan de beurt. Als we op het punt staan om de tentjes uit de auto te halen, begint er weer een beetmelder aarzelend van zich te laten horen. We zijn gefocust op wat er komen gaat. Als de lijn uiteindelijk met stoom van de molen raast, is het bingo. We besluiten samen de boot in te gaan, omdat er een plateau bij de stek ligt, die vol ligt met grof grind. Geen risico’s op zo’n moment, dus volgas die boot in, om de vis te gaan halen. De vis heeft er wel zin aan en zoekt meerdere keren het diepere gedeelte van het water op, om zo zijn vrijheid te forceren. Echter Ronald is een gedreven en vastberaden visser die niet snel de handdoek in de ring zal gooien bij een gevraagde strijd. Na een half uurtje dobberen, zien we voor het eerst een schim van de tegenstander. Het lijkt geen hele grote, maar hoe moeilijk is inschatten op kraakhelder water. Wanneer er nog een aantal meter lijn op de molen gedraaid kan worden, komt de waarheid boven water. “Wooooow wat is dit? Dit is niet normaal!” Ik twijfel geen moment met scheppen van de vis wanneer deze voor het eerst op het wateroppervlak ligt. Vol ongeloof varen we terug naar de oever, waar het Godzijdank, rustig is gebleven het afgelopen uur. Wat onwennig leggen we dit slagschip op de onthaakmat.

Na een nauwkeurige weging blijkt de derde vis van dit water een vis van 28,5 kilo te zijn.



Hoe het afloopt…

Hoe mooi kan een tripje nog worden vragen we ons af.. Na een fotosessie met vis en vanger, brengen we de vis voorzichtig terug naar waar hij vandaan kwam. Het werd een bizar nachtje die ons nog een zestal vissen bracht, waarvan nog enkele de 15 kilo grens passeerden. De tentjes zijn deze nacht niet de auto uit geweest en zullen we de nachtrust om moeten gaan zetten in dagrust. Uiteraard doen we dat op de camping, want hier willen we niet slachtend gezien worden. We hebben nog 4 nachten te gaan en of deze nachten ons hetzelfde zal brengen, horen jullie volgende week!

Hoe onze trip eindigde lees je hier in het 3e en tevens laatste deel van dit artikel.