Veel karpervissers gebruiken één standaard loodsysteem voor hun karpervisserij en rommelen hoogstens wat aan hun onderlijn en aasaanbieding. Ik zeg niet dat dat per definitie fout is, maar een beetje nadenken over het gebruikte loodsysteem en die waar nodig aanpassen, kan beslist geen kwaad. Het lood speelt namelijk niet alleen een belangrijke rol bij het haken van de vis, maar ook bij het uitspugen of kwijtraken van de rig. Ik ben er heilig van overtuigd dat running rigs beslist meer karper op de kant zullen brengen, mits je dit vrijloop loodsysteem natuurlijk goed gebruikt. 

Tekst en foto’s: James Armstrong

Het materiaal voor een running rig is niet bijzonder ingewikkeld.



Uit de Korda onderwater dvd’s bleek dat karpers vaak verrassend weinig moeite hebben met veelgebruikte semi-vastlood montages, zij het een inline montage of een met standaard loodclip. Nu wil ik niet meteen beweren dat deze loodsystemen geen plaats meer mogen hebben in de huidige karpervisserij, integendeel. Op wateren met bijvoorbeeld veel wier of een dikke modderbodem zijn ze nog steeds mijn eerste keuze. Maar op wateren met een harde bodem zonder al te veel begroeiing, grijp ik steeds vaker naar een vrijloopsysteem en dan met name naar de zogenaamde ‘running rig’. Laten we eens kijken hoe dit loodsysteem precies werkt en hoe je hem zelf kunt maken. Aangezien je zowel voor een in-line loodsysteem, als een wartelloodsysteem kunt kiezen, nemen we beide presentaties onder de loep.

In-line running rig (Shokka rig)

Om deze shokka rig te maken, verwijder je eerst de harde binnentube (insert) van het inline lood. Je houdt dan een relatief groot gat over, waardoor het lood gemakkelijk, zonder al teveel weerstand, over de leader (lijn of tube) kan schuiven.



Als leader gebruik ik graag een Safezone Camoleader in de kleur van de bodem. Op die leader rijg ik een bufferkraal, die ik tegen de wartel aanschuif.



Die kraal vormt een soort kussentje voor de impact van het lood tegen de wartel tijdens de worp.



Schuif nu het inline lood over de leader.



Plaats vervolgens een 4 mm rubberkraal op een van de tungsten verdikkingen. Die kraal fungeert als backstop! Zorg er wel voor dat de kraal gemakkelijk over de leaderknoop kan schuiven bij eventuele lijnbreuk!



Zelfs wanneer de vis onderweg toch in de gaten krijgt dat er iets niet in de haak is, kan hij het schuivende lood niet meer gebruiken om de haak los te wrikken, hetgeen bij een vastloodmontage wel vaak het geval is. Wanneer de karper vervolgens weg zwemt of zich opricht, zal het lood tegen de achterstopper ‘knallen’, wat er niet alleen voor zorgt dat de karper zich prikt, maar ook ouderwets op hol slaat met als gevolg een heerlijke, eentonige fluiter!



Lead Clip running rig 

Ben je geen fan van inline lood of ga je aan de slag op een water met een wat meer begroeide of zachte bodem, dan zou je de volgende variant eens kunnen uitproberen; een iets minder gemakkelijk schuivend ‘vrijloop’ systeem, dat aanvankelijk iets meer weerstand biedt en gebruik maakt van een aangepaste loodclip en wartellood in plaats van een inline lood. Bij een zachte bodem en/of wier loert het gevaar dat een inline lood er teveel in wegzakt, waardoor een goede presentatie verloren gaat, doordat bijvoorbeeld de wartel van de onderlijn zich ingraaft en onder een vreemde hoek komt te zitten.

Knijp eerst voorzichtig met een tang de voorkant van je leadclip in een ovale vorm.



Verwijder vervolgens met een knijptang (pas op voor je ogen!) de ringwartel van een kant-en-klare leader. Je kunt natuurlijk ook zelf een leader maken.



Op de lus van de leader breng je vervolgens een zogenaamd quick link systeem toe.



Rijg de ‘ovale’ loodclip op de leader met behulp van een rijgnaald en trek de Kwik Link in de loodclip. Als het goed zit, past de Kwik Link mooi in de loodclip, maar komt hij gemakkelijk vrij. Bevestig het wartellood vervolgens in de clip en plaats een zogenaamd tailrubber over de achterkant. Klaar is kees! Succes!