Na een pover voorjaar en een drieste zomer kwam eindelijk het najaar aanzetten. Net als vele andere karpervissers is dit mijn favoriete seizoen. Niet meer verbrand wanneer je een dagje gaat vissen, geen hordes zonnebaders, zwemmers, wespen en muggen die het leven er nog moeilijker op maken dan het al is als karpervisser. Ik had dan ook met veel enthousiasme een nieuwe sessie gepland op een water bij mij in de buurt. Oorspronkelijk zou ik alleen gaan, doch achteraf werd ik vergezeld door een goede vriend, wat achteraf gezien zeker niet onaangenaam zou blijken. Drie dagen en twee nachten zou ik vissen. Zulke langere sessies zijn geen gewoonte van mij, maar de drang om een mooie vis te vangen des te meer.

Voeren was geen optie omwille van de drukte, het zou dus een instant sessie worden. Eenmaal aangekomen op het water zag ik tot mijn grote verbazing geen enkele andere visser zitten. Was het omdat het nog geen 7 uur ’s ochtends was? Was het omdat ik de kans kreeg om door de week te vissen? Of kwam het door het ontiegelijk slechte weer? Een stevige regenbui kan nooit kwaad, dit geeft de vissen energie. Doch dit was geen regenbui van dat soort. Dit was een regenbui die drie dagen aan een stuk bleef duren. Combineer dat met een stevige windkracht uit het noorden, gedaalde temperaturen en je krijgt een gezellige drie dagen tent zitten. Dat is waarom ik het zeker niet erg vond een compagnon bij me te hebben.

Mijn tactiek was om de eerste dag het halve water zeer verspreid te bevoeren met mijn aas, dat bestond uit 24 mm boilies. Deze weken sterk af van het merendeel van het aas dat mijn collega’s gebruikten. De volgende twee dagen zou ik niet meer of heel sporadisch bijvoeren. Een hengel beaasde ik met een uitgebalanceerde 24 mm boilie. De andere kreeg een enkel tijgernootje aan de haak en werd uitgevaren met slechts vijf nootjes erbij gevoerd. Eenmaal terug opgewarmd en opgedroogd, kon ik al aan het middagmaal beginnen. Het vertrouwen zat goed.

Ondertussen was mijn kameraad ook gearriveerd. Hij besloot het op een meer traditionele manier aan te pakken en zo simpel en effectief mogelijk de dressuur aan te pakken. Ikzelf was bezig met een experiment. Ik had een soort recoil-rig gemaakt om op die manier dressuur de kop in te drukken. Ik werd echter door iedereen uitgelachen. Maar wie het laatst lacht,  lacht het best?



Het werd al snel donker en we zaten lekker warm in de tent wat te praten met een pilsje. Wat wil een visser nog meer? Juist, enkele piepen trokken mijn aandacht. Ik trok mijn regenjas aan en ging routinematig een kijkje nemen. Ik zag niets merkwaardigs en ging snel terug schuilen. Twee uur later herhaalde dit tafereel zich, nog steeds kwam de regen met bakken uit de lucht.

Ondertussen werd het laat en tijd om de slaapzak op te zoeken. Toen ik buitenkwam zag ik echter dat mijn swinger wat omhoog was gekropen. Dit betekende dat er dus meer spanning op de lijn stond. Dit vond ik zo eigenaardig dat ik toch besloot, ondanks het miserabele weer, de hengel te verversen voor het slapengaan. Toen ik echter de lijn begon binnen te halen, maakte ik iets mee waarvan ik enkel wilde verhalen had gehoord. De lijn liep geheel naar rechts, in een hoek van 90 graden, terwijl ik oorspronkelijk recht vooruit aan het vissen was. Ik wist meteen wat dat betekende en zette meteen wat meer spanning op de lijn. Zulke toeren worden alleen uitgehaald door zeer dressuurgevoelige karpers. Of was het dit keer puur toeval? Ik had in ieder geval geluk dat het water in de buurt obstakelvrij was. Ik kon deze karper zonder problemen uitdrillen en landen. Toen ik hem eenmaal uit het water haalde, wist ik meteen dat het geen kleine vis betrof. Op 17,9 kilogram een van de topvissen van het water. Mijn geluk kon niet op. De natte kleren en de koude was ik meteen vergeten. Na enkele mooie nachtelijke foto’s zetten we de vis netjes terug en kon ik met een gerust gemoed gaan slapen.



De sessie was echter nog niet ten einde. De volgende dag gebeurde er bitter weinig. De regen bleef aanhouden en ik bracht mijn tijd grotendeels door in de tent. Na de 15e rig geknoopt , eten klaargemaakt en het zesde karpermagazine uitgelezen te hebben, was het opnieuw tijd om de bedchair op te zoeken. Enkele uren later werd ik gewekt door enkele piepen op de andere hengel. Deze was beaasd met een uitgebalanceerde 24 mm boilie. Het piepen bleef echter aanhouden, dus in eerste instantie dacht ik aan een brasem. Ik stond dan maar op om die arme brasem te verlossen. Toen ik echter begon in te halen, voelde ik opnieuw een verdacht grote weerstand voor een brasem. Het bleek al snel om een karper te gaan. De dril verliep opnieuw voorspoedig en na een minuut of vijf kon de tweede vis van de sessie geland worden. Het betrof dit keer een schubkarper van 16,9 kg. Opnieuw een van de mooiere vissen van het water. Mijn sessie kon niet meer stuk. Die nacht vingen we nog een schubkarper van een kilo of negen als kers op de taart.



’s Ochtends was het eindelijk gestopt met regenen en ik was dan ook in de zevende hemel toen ik met de vangst van de afgelopen nacht in mijn hoofd buiten kwam en van de zon kon genieten. Toen eenmaal alles opgedroogd was en we ontbeten hadden, konden we met een goed gevoel huiswaarts keren en terugblikken op de beste sessie van dat povere jaar.