De lente is begonnen, de temperaturen beginnen eindelijk te stijgen. Koning Winter lijkt zijn biezen gepakt te hebben en hopelijk laat hij de komende 10 maanden zijn kouwe kop niet meer zien. Merels zingen het hoogste lied, onze zwarte ‘vrienden’, de meerkoeten, zijn alweer luid keffend bezig indruk te maken op elkaar en ook de onderwaterwereld komt langzaam tot leven. Er moet gevist worden!

De natuur ontwaakt.

Een luchttemperatuur van 10-12 graden wil natuurlijk niet zeggen dat het water ook al zo ver is. Na een paar weken van ijs kan dat nog wel weken gaan duren. Ondanks het milde weer nu, ben je als karperaar nu nog steeds aan het wintervissen. Kilo’s bollen het water in pompen heeft geen enkele zin en zal zelfs tegen je werken. Beter ga je nog steeds flexibel te werk en anticipeer je op de omstandigheden. Eén van de belangrijkste sleutels tot succes is zonlicht; ondanks dat het water nog steenkoud is, zullen karpers meer gaan bewegen (en azen!) als er een dun zonnetje schijnt. Ondiepe zandplaten naast diepe taluds kunnen nu echt verrassingen opleveren. En vis op z’n Zeeuws: Zuunig!

Stadskarpertjes zijn als eerste wakker.

Een paar gebroken bolletjes naast een kort rigje met een snel prikkende longshank-haak kan erg succesvol blijken. Bijkomend voordeel is dat zelfs de meest geconditioneerde vissen nu nog half suf zijn en makkelijker te vangen dan bij een watertemperatuur van bijvoorbeeld 16 graden. Een halve dag blijven hangen op een stek kan vis opleveren, maar een uurtje hier en een uurtje daar zal nu nog steeds veel productiever blijken.

Het grote voortplanten komt eraan!

Het grote vreten begint doorgaans zodra het fluitenkruid begint te bloeien, dan kan een pondje voeren niet zoveel kwaad meer en vergroot dit je wellicht zelfs je kansen. Hoe het ook zij, 2018 belooft een prachtig karperjaar te worden, mijn versgeknoopte rigjes liggen klaar om menig karper onderlip te prikken. Bring it on!

Fluitenkruid! Dat betekent hakken!

Rolf Bouman